Subtalaire arthrodese

Inleiding

Een artrodese of fusie is het vastzetten van een gewricht. Bij de subtalaire artrodese wordt het onderste spronggewricht (onder de enkel = bovenste spronggewricht) vastgezet: het hielbeen (calcaneus) aan het sprongbeen (talus).  Dit wordt uitgevoerd om de pijn weg te nemen die optreedt bij beweging in een gewricht met ernstige kraakbeenschade (artrose).

Oorzaak

Artrose (kraakbeenslijtage) in het onderste spronggewricht kan op verschillende manieren ontstaan: na een hielbeenbreuk (met beschadiging van het kraakbeen bij het ongeval), na gewrichtsontstekingen door infectie of ontstekingsziekten (reumatoïde artritis ed.), door scheefstand in de achtervoet met overbelasting of zonder duidelijke oorzaak (primaire artrose). 

Anatomie

Symptomen

Artrose van het onderste spronggewricht geeft vooral pijn bij stappen op oneffen terrein (kasseien, bos, strand, hellend trottoir, …). De stijfheid wordt niet zo snel opgemerkt omdat de omliggende gewrichten meestal nog soepel zijn. Als het enkelgewricht gezond is geven trappen bijvoorbeeld geen problemen. 

Klinisch onderzoek

De stand van voet en enkel worden onderzocht evenals de beweging in de verschillende gewrichten. Soms is er zwelling in de achtervoet met drukpijn. In principe is het kantelen van de hiel naar binnen en buiten pijnlijk. 

Beeldvorming

Als basis hebben we een staande röntgenfoto van de voet en enkel nodig om de vorm van de botten en de onderlinge verhoudingen te beoordelen. Als er onvoldoende duidelijkheid is of er zijn verschillende problemen zichtbaar kan verdere oppuntstelling nodig zijn met een CT-scan, NMR-scan of botscan – SPECT-CT.

Behandeling

Conservatief (zonder operatie)

De achtervoet (met het subtalaire gewricht) kan ontlast worden met steunzolen in combinatie met degelijke schoenen. Orthopedische schoenen (op maat) kunnen ook worden overwogen.

Een inspuiting met cortisone kan tijdelijk verlichting geven  (in combinatie met steunzolen of schoenen). 

Als er te veel hinder blijft bestaan kan een operatieve ingreep overwogen worden.

Heelkunde

U wordt opgenomen op de dienst orthopedie op de dag van de operatie op het afgesproken uur. U wordt verwacht zich aan te bieden met verzorgde voeten. Nagellak moet op voorhand verwijderd worden.

De operatie gebeurt onder locoregionale verdoving met algemene narcose. Bij de locoregionale verdoving wordt de voet voor de operatie verdoofd via een prik achter in de kniekuil (popliteaal block). Hierdoor is uw narcose minder zwaar en is de pijn direct na de operatie veel minder.

De ingreep kan artroscopisch (met kijkoperatie) of open uitgevoerd worden. Dit wordt bepaald door de staat van de huid en de weke delen (spieren, pezen ed.) en de eventuele scheefstand van de achtervoet.

Bij een kijkoperatie worden 2 sneetjes achteraan gemaakt voor de instrumenten en nog bijkomende voor de plaatsing van de schroeven. Bij een open procedure wordt de incisie aan de binnen- of buitenkant van de hiel gemaakt. In beide gevallen wordt het resterende (slechte) kraakbeen verwijderd en het onderliggende bot opgefrist om de doorbloeding te verbeteren. De botten worden tegen elkaar geplaatst en vastgezet met schroeven vanuit de hiel. 

Soms is het nodig om extra bot toe te voegen om de genezing te bevorderen. Dit is in principe alleen bij heringrepen van toepassing. Hiervoor wordt dan een bijkomende incisie gemaakt over uw bekkenkam. 

Revalidatie

De dag na de ingreep wordt het gips gewisseld en worden de wonden verzorgd. Uw ontslag naar huis hangt vooral af van uw pijn en de staat van de wonden.

Het bot moet nu aan elkaar groeien. U zal in principe 4 tot 6 weken niet mogen steunen op uw gips. Nadien krijgt u nog een loopgips voor 4 tot 6 weken. De tijdsduur wordt bepaald door de zichtbare botaanmaak op de controle RX-en. Daarna begint u zelf terug te stappen, zo nodig onder begeleiding van een kinesist.

De schroeven moeten normaal gezien niet verwijderd worden.

Mogelijke complicaties

Zoals bij alle ingrepen kunnen ook hier verwikkelingen optreden. De voornaamste zijn:

    • Nabloeding
    • Wondproblemen – wondinfectie
    • Diepe veneuze trombose (“flebite”): verstopping van de aders in de benen. De bloedklonter kan loskomen en een bloedvat in de longen verstoppen (longembolie). Om dit te voorkomen krijgt u spuiten in de buik (Clexane of Fraxiparine).
    • Vertraagd of onvolledig aan elkaar groeien van het bot (pseudartrose)
    • Zenuwletsel
    • Complex regionaal pijnsyndroom (“Südeck”)

Roken is absoluut afgeraden gezien het risico op wondproblemen, infectie en vertraagde genezing veel groter is.

Deze lijst is niet limitatief, een zeldzame complicatie kan voorkomen

Resultaten

De achtervoet zal nog een tijd gezwollen blijven. Een definitief resultaat valt te verwachten na 6 maanden tot een jaar. De bedoeling is dat u zonder pijn kan stappen. Het vastzetten van het onderste spronggewricht geeft meestal weinig verschil in uw gangpatroon gezien dit voor de operatie ook al minder beweeglijk was (maar toen pijnlijk).  

Contact

Vragen over uw behandeling of een afspraak maken? Aarzel niet om ons te contacteren.

Uw opname

Heeft u vragen over uw opname? Kies het juiste ziekenhuis en lees meer.