Totale heup prothese

Inleiding

Het heupgewricht wordt gevormd door het bekken (heup kom) en het bovenbeen (heup kop). Zowel de heup kom als de heup kop zijn bekleed met  kraakbeen. Kraakbeen zorgt ervoor dat het gewricht soepel en pijnloos kan bewegen. Wanneer het kraakbeen verslijt of zijn functie verliest, ontstaan er klachten die dermate invaliderend kunnen ze zijn dat ze aanleiding geven tot het vervangen van het heupgewricht.

Anatomie

Type van prothese

Naast de klassieke totale heup prothese, wordt bij ons in de dienst ook nog gebruik gemaakt van de zogenaamde korte stem prothese en de heup resurfacing ( of sportheup).

De heupprothese wordt in onze dienst geplaatst zowel via de klassieke posterieure toegangsweg als de  voorste spiersparende (of bikini) toegangsweg.

De anesthesie

Een aantal types verdoving kunnen worden aangewend om een heup prothese te plaatsen. De drie belangrijkste zijn de algemene verdoving, het spinale block en de epidurale verdoving. Ze worden vaak in combinatie gebruikt. De anesthesist zal met u de voor en nadelen van elk type anesthesie bespreken voor uw ingreep. De meeste ingrepen gebeuren onder een spinaal block of rachi anesthesie zodat de patiënt niet in een diepe slaap moet worden gebracht. 

Revalidatie

Tijdens de ziekenhuisopname

De dag van of de eerste dag na de ingreep wordt er gestart met kinesitherapie. De heupprothese mag meestal direct belast worden. Er wordt gestart met stappen met behulp van een loopkader of twee krukken. De meeste mensen kunnen vrij snel naar 1 kruk.

Na ontslag 

Na ontslag uit het ziekenhuis kan de kinesitherapie thuis  verder worden gezet  of plaatsvinden in een revalidatie centrum. Uw kan voor ambulante kinesitherapie ook terecht in  zowel Sint Augustinus, Sint Vincentius als in Sint Jozef. De meeste patiënten hebben echter na ontslag uit het ziekenhuis geen begeleide kinesitherapie meer nodig. Het gebruik van 1 kruk wordt aangeraden gedurende 6 weken.

U heeft een eerste controle raadpleging met uw chirurg ongeveer 6 weken na uw ingreep.

Kostprijs van de ingreep

Een groot deel van de ingreep wordt door de mutualiteiten of ziekteverzekering terugbetaald. De rest van de kosten, schommelen tussen de 50 en de 1000 euro en zijn afhankelijk van je kamerkeuze. Indien u een hospitalisatie verzekering heeft, komt deze meestal ook tussen voor de extra kosten. Vraag dit zeker na bij je verzekeringsmaatschappij voor u een 1 persoonskamer kiest.

Wat U eveneens moet weten

Complicaties zijn eigen aan elke ingreep die je uitvoert op het menselijke lichaam en kunnen optreden in de onmiddellijk postoperatieve periode maar ook na vele jaren. Je vindt hierna de meest frequente en belangrijkste terug. In het algemeen verlopen 95% van de ingrepen zeer succesvol en dit voor een periode van 15 tot 20 jaar. Voor de meeste patiënten weegt het voordeel van pijnvrijheid en herwinnen van de mobiliteit niet op tegen het kleine risico op verwikkelingen.

Zenuw uitval

Door tractie kan het zijn dat er sprake is van uitval van één of meerdere grote zenuwen. Dit kan zich uiten door een gedeeltelijke of volledige krachtsvermindering in de bovenbeen-, onderbeen- of de voetspieren.

Bloeding

Bloedverlies of beschadiging van een bloedvat kan lijden tot een bloedarmoede postoperatief. Een controle bloedonderzoek de eerste dag postoperatief zal dit aantonen en indien nodig dient er een bloedtransfusie te worden gegeven aan de patiënt.

Infectie

Een bacteriële infectie kan bij elke operatie optreden, om dit te voorkomen wordt er voor de operatie antibiotica toegediend en werken we in een geventileerde kamer. Indien een infectie optreedt, kan een nieuwe ingreep nodig zijn en geven we langdurig gerichte antibiotica.

Spierkracht vermindering en zwelling

Door de operatie kan er tijdelijk wat spierkrachtsvermindering zijn, dit kan soms enkele maanden aanhouden. Door een postoperatief hematoom (bloeduitstorting) kan het dijbeen aanzienlijk zwellen.

Thrombose

Na de ingreep kan een bloedklonter ontstaan in het been (diep veneuze thrombose) of in de longen (longembolie). Om dit te voorkomen wordt er gedurende 20-30 dagen een bloedverdunner  gegeven.

Pijn

Na de ingreep kan er bij sommige patiënten nog lange tijd pijn optreden  in de lies, de bil of aan de zijkant van de heup In de meeste gevallen vervaagt de pijn, zelden geeft dit aanleiding tot bijkomende behandelingen.

Kalk- en botvorming

Na het doornemen en vastzetten van het bot, is er altijd kans op botvorming in de spieren (calcificaties). Meestal is dit beperkt zonder dat dit aanleiding tot klachten geeft. Indien er wel klachten zijn kan een eventuele ingreep voor het verwijderen van het nieuwgevormde bot noodzakelijk zijn.

Breuken

Er kunnen breuken rondom de prothese optreden tijdens de ingreep die dan onmiddellijk worden verholpen, maar waardoor de nabehandeling soms moet worden aangepast (bijv. niet belasten). Ook na de operatie , zoals  bij een val kan een breuk rondom de prothese optreden. Ook deze worden dan adequaat behandeld.

Ontwrichting en beenlengteverschil

De heupprothese kan door een verkeerde beweging of val ontwrichten. Via een gesloten rechtzetting of reductie kan de heup terug op zijn plaats worden gezet. Indien dit meermaals optreedt, geeft dit  ook aanleiding tot een nieuwe  operatie.

Door het plaatsen van een heupprothese kan een beenlengte verschil  optreden. Om dit risico tot een minimum te beperken, wordt via proef componenten tijdens de operatie de beenlengte gemeten en kan men voorafgaand aan de ingreep via een Röntgen opname een maat name inschatten.

Contact

Vragen over uw behandeling of een afspraak maken? Aarzel niet om ons te contacteren.

Uw opname

Heeft u vragen over uw opname? Kies het juiste ziekenhuis en lees meer.