Totale heup prothese

Vooronderzoeken

De vooronderzoeken gebeuren meestal ambulant enkele weken voor de operatie. Hiervoor wordt een aparte afspraak geregeld zodat dit gecoördineerd kan gebeuren.  

  • Bloedonderzoek en urineonderzoek (nuchter)  
  • Röntgenopname van de longen en van het been om de maat van de prothese te bepalen 
  • ECG (filmpje van uw hart), en soms bijkomend onderzoek bij de hartspecialist.  
  • Bezoek aan de oefenzaal met uitleg door de kinesitherapeut.  
  • (Afspraak met de sociale dienst indien u na de opname een revalidatie in een gespecialiseerde dienst wenst.) 

De anesthesie

Een aantal types verdoving kunnen worden aangewend om een heup prothese te plaatsen. De drie belangrijkste zijn de algemene verdoving, het spinale block en de epidurale verdoving. Ze worden vaak in combinatie gebruikt. De anesthesist zal met u de voor en nadelen van elk type anesthesie bespreken voor uw ingreep. De meeste ingrepen gebeuren onder een spinaal block of rachi anesthesie zodat de patiënt niet in een diepe slaap moet worden gebracht. 

De ingreep zelf

Uw prothese wordt geplaatst via de spiersparende voorste toegangsweg.  

Op de voorvlakte van de dij, over het heupbeen, wordt een toegang van ongeveer 7-8cm gemaakt om het heupgewricht te benaderen. De spieren worden niet doorgesneden zodat een snelle revalidatie mogelijk is. Er kan gekozen worden voor een “bikini lijn” incisie die je nadien bijna niet meer ziet. De door artrose aangetaste gewrichtsoppervlaktes worden verwijderd en een prothese uit gespecialiseerd metaal (titanium), plastiek of keramiek wordt zorgvuldig ter plaatse gefixeerd. De huid wordt gesloten met een onzichtbare draad. Om het risico op infectie sterk te verminderen wordt er antibiotica gegeven tijdens de ingreep. Het type prothese wordt vooraf bepaald afhankelijk van de noden van de patiënt. Bij de overgrote meerderheid van de patiënten zal een ongecementeerde of in het bot ingroeiende prothese geplaatst worden. Soms wordt de techniek van een gecementeerde (vergelijkbaar met de tandartsen cement) nog toegepast om de prothese een goede fixatie te geven. Zowel de gecementeerde als de ongecementeerde protheses die we in onze dienst gebruiken hebben een succesvolle en bewezen levensduur.  

ongecementeerde totale heup prothese

Kostprijs van de ingreep

Een groot deel van de ingreep wordt door de mutualiteiten of ziekteverzekering terugbetaald. De rest van de kosten, schommelen tussen de 50 en de 1000euro en zijn afhankelijk is van je kamerkeuze. 

Na de ingreep

Pijnstilling wordt gegeven via intraveneuze toegang (catheter) of via de mond. De ruggenprik zorgt ervoor dat de eerste 18u zo goed als pijnvrij zijn. Om het risico op een trombose of flebitis te verkleinen mag je vanaf de dag van de ingreep beginnen oefenen o.l.v. een kinesitherapeut. Verder worden er soms kuitpompen aangelegd en krijg je gedurende zes weken een bloedverdunner toegediend. Op je kamer zal er ook een oefenschema worden klaargelegd dat je helpt je spiercontrole te herwinnen en revalidatie tot stappen en rechtstaan bevordert. De meeste patiënten slagen erin om op de eerste postoperatieve dag te stappen met krukken. Naar huis gaan mag je als je voldoende vertrouwd bent met de krukken of het wandelframe, je wonde in orde is, je trappen kan nemen en jezelf natuurlijk voldoende hersteld vindt. De opnameduur varieert zo van 2 dagen tot een kleine week. Sommige patiënten verkiezen na hun opname in het ziekenhuis te worden getransfereerd naar een revalidatie centrum in de buurt.  Bespreek deze mogelijkheid met uw arts indien gewenst. Tijdens de operatie verliest u wat bloed en heel soms is het nadien nodig een bloedtransfusie of ijzertabletten toe te dienen. Kinesitherapie is vooral van belang in de eerste dagen na de ingreep. Er wordt geoefend op de transfers van bed naar stoel naar wandelen en het verbeteren van de beweeglijkheid en de kracht. Verder worden truckjes voor specifieke handeling zoals trappen lopen en vooruitbuigen aangeleerd  

Na het ontslag uit het ziekenhuis

Rond de 12de dag na de ingreep is er een eerste controle raadpleging voorzien om de wonde te controleren, de hechtingen te verwijderen en je vooruitgang bij te sturen.  Deze controle kan ook bij uw huisarts plaatsvinden. Meestal ga je in de loop van de daaropvolgende weken meer en meer aan vertrouwen inwinnen en laat je geleidelijk één en dan twee krukken achterwege. Het is van belang het meegegeven oefenschema dagelijks enkele malen te doorlopen om je herstel te bespoedigen. Bij de tweede controle rond 6 weken, kunnen de meeste prothese patiënten stappen zonder hulpmiddelen en is de kracht in hun dijspieren voldoende om opnieuw te fietsen en met de auto te rijden. De pijn verdwijnt vaak al rond de 2de week maar kan tot enkele maanden op regelmatige basis optreden. Ondanks je goede vooruitgang is het van belang om voldoende rust in acht te nemen na het oefenen om overbelasting te vermijden. Neem een pijnstiller wanneer je het nodig acht. De meeste protheses hebben een levensduur van 15 tot 20 jaar en meer.

Wat U eveneens moet weten

Een ingreep zoals een heup of knieprothese is een routine ingreep met goede langetermijnresultaten. De overgrote meerderheid van geopereerde patiënten kan goed en zonder pijn functioneren. De eerste weken kunnen echter vermoeiend zijn en houd er rekening mee van geen te zware activiteiten te plannen in je revalidatie periode. Reizen met de wagen of het vliegtuig dien je dan ook best met je arts te bespreken voor passend advies.  

Complicaties zijn eigen aan elke ingreep die je uitvoert op het menselijke lichaam en kunnen voorkomen in de onmiddellijk postoperatieve periode maar ook na vele jaren. Je vindt hierna de meest frequente en belangrijkste terug. In het algemeen verlopen 95% van de ingrepen zeer succesvol en dit voor een periode van 15 tot 20 jaar. Voor de meeste patiënten weegt het voordeel van pijnvrijheid en herwinnen van de mobiliteit niet op tegen het kleine risico op verwikkelingen.

Infectie

Infectie na een prothese is een zeldzame (minder dan 1%) maar belangrijke complicatie. Een oppervlakkige infectie van de wonde kan behandeld worden met antibiotica en geneest meestal zonder verdere zorgen. Een diepe infectie vergt een strengere aanpak en maakt een nieuwe opname vaak noodzakelijk. In de ergste gevallen moet de prothese opnieuw verwijderd en in een later stadium herplaatst worden. Dit soort infecties kan voorkomen onmiddellijk na de ingreep maar ook in de jaren nadien. Vandaar het belang van bijvoorbeeld uw tandarts te verwittigen bij eventuele ingrepen aan de tanden na het plaatsen van een heup of knieprothese.

Verwikkelingen tijdens de ingreep

Sommige verwikkelingen kunnen optreden tijdens het plaatsen van de heup prothese maar zijn zeer zeldzaam. De voornaamste zijn fracturen of breuken (van het dijbeen) en letsels aan de zenuwen of bloedvaten. Ze worden meestal behandeld tijdens de ingreep zelf.

Bloedklonters

Heup en knie prothese patiënten hebben een verhoogd risico op de ontwikkeling van bloedklonters na de ingreep. Dit risico wordt geminimaliseerd door het geven van  bloedverdunners, het dragen van steunkousen en het snel mobiliseren van de patiënt. Meestal spreekt men van een diep veneuze thrombose (DVT of flebitis), zelden gaat het om een long embolie.

Gevoelloosheid

Rondom het litteken kan een zone van lokale gevoelloosheid ontstaan, welke meestal recupereert na verloop van tijd.  

Ontwrichting

Een ontwrichting is de bal die uit de pan van het kunstgewricht glijdt en treedt op in ongeveer 1% van de prothese patiënten. Echter door het gebruik van de voorste spiersparende toegangsweg is dit risico sterk afgenomen.

Periprosthetische fractuur

Dit is een breuk of fractuur die optreedt in een been nabij de prothese. Afhankelijk van het type breuk word je chirurgisch (de prothese zit los of de breuk is te uitgebreid) of niet chirurgisch behandeld (minder belangrijke breuken).

Beenlengte verschil

Je beenlengte wordt voor, tijdens en na de ingreep zorgvuldig nagekeken om verschil te minimaliseren. Soms, omwille van stabiliteits redenen, eindig je met een klein  lengteverschil na de ingreep.  

Loslating van de prothese

Op termijn kan je prothese slijtage tekens beginnen te tonen door het continue gebruik van het gewricht. De slijtpartikels die vrijkomen, zorgen dan voor het loskomen van de prothese uit het been. Dit geeft op zijn beurt pijn als voornaamste klacht. Met de evolutie van het prothese materiaal is deze verwikkeling sterk teruggedrongen en nu treedt slijtage vaak pas op na 15 tot 20 jaar. 

Contact

Vragen over uw behandeling of een afspraak maken? Aarzel niet om ons te contacteren.

Uw opname

Heeft u vragen over uw opname? Kies het juiste ziekenhuis en lees meer.