Bunionette

Inleiding

Quintus varus betekent scheefstand van de kleine (5de) teen met een knobbel aan de buitenkant van de voet (bunionette).

Oorzaak

Deze aandoening is familiaal gebonden. Uiteraard zijn er nog vele andere voorbeschikkende factoren die een rol spelen zoals nauw schoeisel, hoge hakken, reumatoïde artritis, doorzakking van de voorvoet en leeftijd. Deze aandoening komt vaak voor in combinatie met hallux valgus: bij vrouwen van middelbare leeftijd, doch er zijn ook mensen die dit op jonge leeftijd krijgen (vooral de familiale vorm). 

Symptomen

Door de scheefstand ontstaat er een verkeerde belasting op het gewricht en zijn er drukproblemen in schoenen. Hierdoor kan men pijn krijgen, ontstekingen en zelfs wondjes ter hoogte van de knobbel. Het wordt vaak moeilijker om aangepast schoeisel te vinden.

Klinisch onderzoek

Er is drukpijn, vaak met roodheid en soms met zwelling over de knobbel aan de buitenkant van de voet, aan de basis van de kleine teen.

Beeldvorming

Een gewone röntgenfoto volstaat om de botstructuur te beoordelen en eventuele andere afwijkingen op te sporen. We laten deze RX staand nemen om de stand van de voet zo goed mogelijk te kunnen beoordelen.

Behandeling

Therapie – conservatief 

Bij milde vormen is het vooral belangrijk de schoenen aan te passen: ruime en soepele tenenbox met voldoende plaats voor alle tenen (eerder type sneaker). Steunzolen kunnen ook verlichting geven door de druk te verleggen in de voorvoet.

Bij meer uitgesproken klachten dient een operatieve ingreep overwogen te worden.

Redenen voor een operatie kunnen zijn:

  • Pijn en problemen om gesloten schoenen te dragen
  • Ontstekingen of wonden ter hoogte van de knobbel
  • Esthetiek is geen reden om deze ingreep uit te voeren!

Therapie – heelkunde

De operatie zelf

U wordt opgenomen op de dienst orthopedie op de dag van de operatie op het afgesproken uur. U wordt verwacht zich aan te bieden met verzorgde voeten. Nagellak moet op voorhand verwijderd worden. In het ziekenhuis krijgt U nog een ontsmettend voetbad.?

De operatie gebeurt onder locoregionale verdoving, met of zonder algemene narcose. Bij de locoregionale verdoving wordt alleen de voet verdoofd via een prik achter in de kniekuil (popliteaal block). Deze prik wordt sowieso gegeven, ook als U kiest voor een algemene verdoving. Zo kan de pijn na de operatie immers sterk verminderd worden. Bij de operatie wordt een incisie gemaakt aan de buitenkant van de voet gemaakt.

Er zijn verschillende technieken mogelijk, maar meestal wordt er een chirurgische correctie verricht van het 5 middenvoetsbeentje (osteotomie of doorzagen). Zo nodig wordt dit gecombineerd met een correctie in de kleine teen zelf. Hierbij dient vaak een pinnetje geplaatst te worden, dat aan de tip van de teen blijft uitsteken. Deze wordt dan op de raadpleging verwijderd na 5 tot 6 weken.

De ingreep duurt gemiddeld ongeveer 20-30 minuten. 

                

Revalidatie

U mag het ziekenhuis in principe dezelfde dag of de dag nadien verlaten. Zolang uw voet nog slaapt mag u er niet op steunen, wel als hij volledig wakker is.

Meestal krijgt U een speciale verbandschoen waarmee U mag stappen. U dient deze verbandschoen enkel te dragen tijdens het stappen op de voet en U mag volledig steunen. Sommigen voelen zich comfortabeler met krukken de eerste dagen. Rond de voorvoet zit er meestal een corrigerend verband. Het is belangrijk dat dit verband goed blijft zitten. Een thuisverpleegkundige komt het verband regelmatig vernieuwen.

In zeldzame gevallen kan het nodig zijn om de voet enkele weken in te gipsen. Na de operatie krijgt U gedurende 10 dagen dagelijks een spuitje om klonters in de bloedvaten te voorkomen. Het is belangrijk dat U de eerste dagen de voet voldoende in hoogstand houdt. Na 2 weken worden de hechtingen verwijderd en na 5 weken wordt het verband verwijderd en mag U de verbandschoen achterwege laten. Gesloten schoenen dragen duurt echter meestal nog 2 tot 3 weken. 

Mogelijke complicaties

Zoals bij alle ingrepen kunnen ook hier verwikkelingen optreden. Deze komen evenwel weinig voor.

De voornaamste zijn: 

    • Nabloeding
    • Wondproblemen – wondinfectie
    • Vertraagd, onvolledig of verkeerd aan elkaar groeien van het bot (pseudartrose – mal union)
    • Zenuwletsel (door popliteaalblock)
    • Complex regionaal pijnsyndroom (“Südeck”)

Contact

Vragen over uw behandeling of een afspraak maken? Aarzel niet om ons te contacteren.

Uw opname

Heeft u vragen over uw opname? Kies het juiste ziekenhuis en lees meer.