Carpaal Tunnel Syndroom

Diagnose

De hand is voorzien van drie grote zenuwen die voor beweging en gevoel zorgen. Een van deze zenuwen is de Nervus Medianus (midden zenuw). Ze komt de handpalm binnen onder een nauwe tunnel aan de palmzijde van de pols, de carpale tunnel. Naar de huid toe is ze beschermd door een strak ligament.

In het Carpale Tunnel syndroom (CTS), wordt deze tunnel nauwer door verdikking van dit ligament wat op zijn beurt druk geeft op de midden zenuw. Klassiek (maar niet altijd) uit zich dit tintelingen en voosheid in de duim, wijsvinger, middenvinger en een deel van de ringvinger en kan vooral pijn geven ’s nachts. De pijn kan tot aan de elleboog gevoeld worden. In gevorderde gevallen zal de grijpkracht in de hand ook zwakker aanvoelen.

Vaak worden er zenuwtesten uitgevoerd om de diagnose te bevestigen en om een idee te hebben van de ernst van de inklemming.

 

Behandelingen

Corticosteroïden injectie

Soms kan een CTS behandeld worden met een infiltratie van corticosteroïden en locale anesthesie, maar meestal met tijdelijk resultaat.

Chirurgisch vrijleggen

De meest voorkomende behandeling is echter chirurgisch, waarbij het verdikte ligament wordt doorgenomen om de druk op de zenuw op te heffen. Deze chirurgie wordt meestal uitgevoerd via het dagziekenhuis onder lokale of locoregionale anesthesie. Sommige vingers blijven vaak gevoelloos tot een tiental uur na de ingreep door het effect van de lokale anesthesie. Indien nodig kan je pijnstillers nemen om de weinige pijn na de ingreep wat te verzachten. Een drietal draadjes sluiten de wonde en deze mogen na een 2tal weken bij de huisarts worden verwijderd.

Carpaal Tunnel Syndroom
Carpaal Tunnel Syndroom
Carpaal Tunnel Syndroom

Postoperatieve zorgen en revalidatie

Na de ingreep wordt een drukverband aangelegd, met de vingers vrij om te bewegen. Het is belangrijk om de vingers en duim vrijwel onmiddellijk na de ingreep beginnen te oefenen en de hand in hoogstand te houden (niveau net boven je hart) gedurende een goede 48uur om zwelling en verstijving te voorkomen. Het drukverband mag na een goede dag worden verwijderd en vervangen door een klein verband.

Een controle raadpleging is voorzien op de dienst orthopedie een maand na de ingreep. Het hervatten van de werkzaamheden varieert naargelang je beroep en wordt best besproken met je arts of specialist.

Chirurgie neemt meestal de pijn, tintelingen en voosheid weg die voor de procedure aanwezig waren. Bij erg lang bestaande klachten kan het soms maanden duren vooraleer deze symptomen verdwijnen. Soms blijft de voosheid zelfs bestaan.

Opmerkingen

Er zijn een aantal mogelijke problemen die zich kunnen stellen na de ingreep.

Infectie

Elke operatieve ingreep kan een locale infectie tot gevolg hebben en dient adequaat met antibiotica behandeld te worden.

Litteken

Je zal een klein litteken hebben dat gevoelig en hard blijft gedurende een 4tal weken. Je kan de soepelheid bevorderen door na de wondgenezing een hydraterend crème aan te brengen. In een kleine minderheide van de gevallen ontstaat er een zogenaamde “Pillar Pain” of litteken pijn die enkele maanden kan duren. Het weefsel dat wordt doorgenomen om tot aan de zenuw te komen krult dan op om en harde pijnlijke rand te vormen.

Stijfheid

Ongeveer 5% van de bevolking is gevoelig aan chirurgie aan de hand en ontwikkeld het “complex regionaal pijn syndroom” of “Südeck” in de volksmond. Hun hand zwelt op, wordt pijnlijk en stijf na de procedure. Dit probleem kan niet worden voorspeld maar wel worden behandeld met onder andere zachte kinesitherapie.

Grijpkracht

Je zal ondervinden dat initieel de grijpfunctie van je hand zwakker en oncomfortabel is. Dit zal geleidelijk verbeteren over een periode van 10 weken.

Heroptreden van de klachten

Na verloop van tijd is er een klein risico van het heroptreden van de klachten.

Contact

Vragen over uw behandeling of een afspraak maken? Aarzel niet om ons te contacteren.

Uw opname

Heeft u vragen over uw opname? Kies het juiste ziekenhuis en lees meer.