Totale knie prothese

Inleiding

Bij een totale knieprothese wordt het versleten oppervlak van het kniegewricht (het kraakbeen en een laag onderliggend bot) vervangen door metaal en polyethyleen. Vaak wordt het volledige gewrichtsoppervlak vervangen, soms volstaat het om slechts een deel van de knie te vervangen. We hebben het verder over volledige vervanging (totale knie prothese), voor een gedeeltelijke vervanging : zie onder ‘unicondylaire prothese’

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaken van de slijtage zijn : 

  • Osteoartrose : slijtage en afbrokkeling van het kraakbeen
  • Reumatoïde artritis : aantasting van het kraakbeen, kapsel en gewrichtsbanden door ontstekingsreactie.
  • Osteonecrose of avasculaire necrose : afsterven van een deel van het bot en kraakbeen.

Anatomie

Normale knie

In de gezonde knie zijn de gewrichtsoppervlakken glad en beschermd door kraakbeen. Hierdoor kunnen de gewrichtsoppervlakken gemakkelijk over elkaar glijden. 

Artrose knie

In de zieke knie worden het gewrichtsoppervlak ruw en gaat het kraakbeen afbrokkelen.

Symptomen

  • Pijn
  • Zwelling
  • Bewegingsbeperking
  • Functionele hinder
  • Asafwijkingen (‘krom been’)

Beeldvorming

Meestal volstaat een (staande) röntgenopname om de diagnose te bevestigen. Een ct-scan of nmr-scan zijn soms aangewezen.

Behandeling

Conservatief

Om de pijnklachten te verminderen kunnen ontstekingsremmers en pijnstillers voorgeschreven worden en kunnen inspuitingen in het gewricht gegeven worden. Het gebruik van een wandelstok of kruk en spierversterkende oefeningen kunnen vaak ook verbetering van de klachten brengen. 

Operatie

Indien het kniegewricht ernstige slijtage vertoont en de klachten en beperkingen onvoldoende onder controle geraken met bovenstaande maatregelen kan overgegaan worden tot een operatie.

Via een incisie in het midden van de knie worden de oppervlakken van het gewricht en het resterende kraakbeen verwijderd en vervangen door een metalen bedekking (Titanium en/of Oxinium). Tussen deze twee metalen bedekkingen komt een gegoten stukje polyethyleen. Eventuele as-afwijkingen worden gecorrigeerd. De collaterale gewrichtsbanden worden gespaard.

Bij belangrijke as-afwijkingen wordt hierbij geïndividualiseerde instrumenten gebruikt (PSI of Patient Specific Instrumentation) Aan de hand van röntgenopnamen en MRI-scan worden de instrumenten op maat van de patiënt gemaakt.

 

Complicaties

Complicaties zijn eigen aan elke ingreep die je uitvoert op het menselijke lichaam en kunnen voorkomen in de onmiddellijk postoperatieve periode maar ook na vele jaren. De belangrijkste verwikkelingen zijn : 

 

Infectie

Een infectie na een prothese komt voor bij 0.5 tot 1% van de operaties.  Een oppervlakkige infectie van de wonde kan behandeld worden met antibiotica en geneest meestal zonder verdere ingrepen. Een diepe infectie maakt een nieuwe opname vaak noodzakelijk, soms moet de prothese opnieuw verwijderd en in een later stadium herplaatst worden. 

Thrombose

Na een knieprothese bestaat er een verhoogd risico op de ontwikkeling van bloedklonters.

Dit risico wordt geminimaliseerd door na de operatie tijdelijk bloedverdunners te geven en door snel te mobiliseren en stappen. 

Verstijving

Door vergroeiingen in de knie (door de vorming van littekenweefsel) beweegt de knie soms minder goed ondanks goede revalidatie.

Daarom wordt de knie soms na 6 tot 8 weken gemobiliseerd, waarna meestal een vlotte revalidatie volgt.

Slechts heel zeldzaam ontstaat echte blijvende verstijving.

Gevoelloosheid rond het litteken

Kleine zenuwtjes rondom de incisie zorgen vaak voor een zone van gevoelloosheid rondom het litteken.

Loslating van de prothese

Op termijn kan je prothese verslijten, waardoor soms een revisie operatie moet gebeuren. Met de evolutie van het prothese materiaal treedt slijtage meestal pas op na 15 tot 20 jaar.

Complicaties tijdens de ingreep

Sommige verwikkelingen kunnen optreden tijdens het plaatsen van de knie prothese maar zijn zeer zeldzaam. 

Preoperatieve onderzoeken, verloop van de opname en revalidatie

Voorafgaand aan een eventuele ingreep word je vrijblijvend uitgenodigd – tezamen met een tweede persoon naar eigen keuze (‘buddy’) – tot een informatievergadering. 

Voor de opname

De vooronderzoeken gebeuren ambulant. Op de consultatie krijg je de nodige afspraken voor deze onderzoeken. Tevens krijg je een mail met link om de preoperatieve vragenlijst online in te vullen. Afhankelijk van deze vragenlijst en de testresultaten kan het zijn dat je nog opgeroepen wordt naar de POS (‘pre-operatieve screening’) om onderzocht te worden door de verpleegkundige en de anesthesist.

De opname dag 0  

Acht uur voor de operatie mag je niet eten of drinken (zuiver water of water met suiker is toegestaan tot 5u voor de operatie). De ochtend van de ingreep meld je je aan bij de opnamedienst aan het onthaal van het ziekenhuis, waar je het opnameblad afgeeft. Na inschrijving word je verwezen naar de dienst orthopedie. Je dossier wordt nog extra overlopen en je krijgt nog enkele bijkomende vragen ter controle. Vervolgens word je naar het operatiekwartier gebracht waar je de dokter anesthesist en de chirurg nog ziet voor de ingreep. De operatie zelf gebeurt onder algemene verdoving of onder spinale verdoving (ruggenprik). In dat laatste geval blijf je wakker, krijg je desgewenst een hoofdtelefoon met muziek (je mag ook eigen muziek en oortjes meenemen) en kan je desgewenst nog een licht kalmerende medicatie krijgen. 

Direct na de ingreep verblijf je nog een tweetal uren in de ontwaakruimte. Daar mag je met behulp van een verpleegkundige al even uit het bed komen en enkele stappen zetten. Vervolgens word je terug naar de kamer gebracht. Beperkt bezoek die dag is mogelijk. Desgewenst kan je al opzitten in de zetel en onder begeleiding steunen. Je mag veel bewegen in bed, op de zij of buik of rug slapen, stilliggen is niet nodig noch aangewezen.

De opname dag 1

De wonde wordt verzorgd en je krijgt een dunner verband. Er wordt bloed genomen. Je mag veel bewegen en opkomen. In de loop van de voormiddag wordt kinesitherapie gestart. Er wordt een radiografische opname van de knie genomen. Het infuus wordt verwijderd en je krijgt nu medicatie in tablet vorm. Indien je voordien al bepaalde bloedverdunners nam worden deze gewoon verder gegeven, of terug opgestart als ze tijdelijk gepauzeerd waren. Indien je geen bloedverdunners nam moet je twee weken dagelijks een spuitje in de buik geven (Fraxiparine) om bloedklonters te vermijden. Dit word je aangeleerd, de meesten patiënten doen dat probleemloos zelf, zo niet kan een thuisverpleegkundige of huisgenoot de inspuitingen geven.

De opname dag 2 en 3

De volgende dagen ga je verder oefenen in de kinesitherapiezaal en stap je ook zelf rond. Je leert nu ook trappen lopen. 

Ontslag 

Meestal kan je de derde of vierde dag naar huis. Indien je thuis geen of weinig hulp hebt kan het nuttig zijn om enkele weken naar een revalidatiecentrum te gaan of een herstelverlof te plannen. Dit wordt bij voorkeur voordien tijdens de consultatie en via de sociale dienst besproken en gepland.

Verdere revalidatie thuis 

De oefeningen worden dagelijks verder gezet, in het begin onder leiding van een kinesist of met behulp van een online programma. De eerste week stap je met twee krukken, nadien progressief met 1 kruk en uiteindelijk zonder krukken. Meestal mag je volledig steunen. Wanneer je bot zwak is of bij speciale prothesen, zal er soms gevraagd worden om tijdelijk niet volledig te steunen. Meestal mag het verband ter plaatse blijven, enkel indien het vuil of bebloed is moet dit nagezien en vervangen worden.

Na twee tot drie weken mogen de huidhechtingen verwijderd worden, door je huisarts of op de raadpleging orthopedie. Na zes weken kom je naar de ambulante raadpleging voor nacontrole. 

Je krijgt een voorschrift voor kinesitherapie en medicatie mee. De pijnmedicatie kan je geleidelijk afbouwen waarbij je eerst de zwaarste medicamenten vermindert en pas op het einde de paracetamol tabletten vermindert en uiteindelijk stopt.

Resultaten

Een knieprothese is een routine ingreep met goede langetermijnresultaten. De overgrote meerderheid van geopereerde patiënten kan goed en zonder pijn functioneren. Meestal werkt een totale knie prothese echter niet helemaal als een normale knie. Vooral de eerste zes maanden blijft zwelling en gevoeligheid bestaan, ‘zoals een band rond de knie’. Hurken en belastende sporten zijn niet aangewezen. Op de knieën zitten is toegestaan op zachte ondergrond of kussentje maar blijft soms blijvend wat pijnlijk ter hoogte van het litteken. Uit grote internationale studies blijkt dat tachtig procent van de mensen met een knieprothese zeer goed zijn. Tot twintig procent van de mensen met een knieprothese ervaren een of andere beperking. 

Kostprijs

Het grootste deel van de kost wordt terugbetaald door de ziekteverzekering. Er is echter een deel dat aan jou of je hospitalisatieverzekering aangerekend wordt, het zogenaamde wettelijke remgeld. Bij knieprothese behelst dit vooral de prothese zelf (de operatie is bij verblijf op een meerpersoonskamer volledig terugbetaald). Indien je in een éénpersoonskamer wenst te verblijven vragen de artsen bovendien een ereloonsupplement, in een zaal en in een tweepersoonskamer gelden de conventietarieven. Deze zaken worden voordien door uw arts besproken en uitgelegd

Contact

Vragen over uw behandeling of een afspraak maken? Aarzel niet om ons te contacteren.

Uw opname

Heeft u vragen over uw opname? Kies het juiste ziekenhuis en lees meer.